Autosomaal dominant
Veroorzaakt door veranderingen in één kopie van het CTNNB1-gen (bèta-catenine); bèta-catenine speelt een sleutelrol bij de ontwikkeling van de hersenen en de bloedvaten van het netvlies. De veranderingen ontstaan meestal de novo en worden zelden van een ouder overgeërfd.
Tekenen en symptomen
Een vertraagde ontwikkeling en een verstandelijke beperking komen typisch voor, met een lage spierspanning in de romp en stijfheid van de benen. Een kleine hoofdomtrek en gedragsverschillen komen vaak voor. Bij maximaal 39% van de mensen zijn er afwijkende bloedvaten in het netvlies (exsudatieve vitreoretinopathie), en scheel zien (strabismus) komt vaak voor. Minder vaak treedt netvliesloslating of verlies van het gezichtsvermogen op.
Wat een diagnose verandert
Regelmatig onderzoek van het netvlies door een oogarts is belangrijk. Fysiotherapie, orthopedische hulpmiddelen, logopedie en onderwijsondersteuning vormen de kern van de behandeling. De aandoening ontstaat meestal de novo, maar erfelijkheidsadvies en testen van de ouders helpen om het herhalingsrisico te verduidelijken.
Geanalyseerde genen
Bevat 2 gerelateerde subtypen ↓Subtypen verbergen ↑
- exudative vitreoretinopathy 7
- severe intellectual disability-progressive spastic diplegia syndrome
